Een lichtplan maken voor een kleine tuin

Nu de klok weer een uur is teruggezet en het ’s avonds weer eerder donker wordt, is een tuin zonder verlichting toch een gemis.

Met de juiste tuinverlichting zorg je ervoor dat je de tuin ook ’s avonds nog kunt gebruiken, maak je je tuin veiliger en creëer je meer sfeer in je tuin.

Toch is het niet aan te raden om zonder goed plan verlichting te plaatsen, of bij te plaatsen als je meer licht nodig hebt. Om te voorkomen dat er te veel verlichting ontstaat, of dat de verkeerde plekken worden uitgelicht, is een goed lichtplan nodig.

Waar moet je rekening mee houden bij het maken van een Lichtplan voor je tuin?

Hoe maak je een lichtplan?

Voor het ontwerpen of aanleggen van je tuin heb je vast schetsen, tekeningen en een plattegrond voor je tuin gemaakt. Deze kan je voor het lichtplan goed gebruiken. Mocht je nog geen tuinplattegrond hebben, maak deze dan alsnog en doe dit nauwkeurig op schaal. Teken de belangrijkste en vaste elementen in, inclusief paden, doorgangen, schuur en bomen of grote struiken.

Loop eens in het donker door je tuin en kijk op welke punten buitenverlichting gewenst is. Logischerwijs is er tenminste verlichting nodig bij de achterdeur, schuur en poort. Mocht je een hoogteverschil in de tuin hebben (bijvoorbeeld een afstap of een traptrede), dan is dit ook een goede plek om voor verlichting te zorgen.

Je begint dus met de functionele verlichting. Hiermee vergroot je de veiligheid van je tuin: je kunt hiermee immers je tuin ook ’s avonds in het donker veilig betreden. Wil je ook in het donker kunnen werken (bijvoorbeeld bij een oppottafel), dan is een goed werklicht ook handig. Wel zou het mooi zijn als deze apart in te schakelen is en niet mee schakelt met de standaard verlichting.

Naast de functionele verlichting heb je sfeerverlichting en met accentverlichting kan je een specifiek element uitlichten. Denk bijvoorbeeld aan het uitlichten van een boom in je tuin.

Als je goed in je hoofd hebt hoe de tuin erbij ligt in het donker, kan je de tuinplattegrond erbij pakken om te bepalen waar nog meer verlichting nodig is. Bedenk bijvoorbeeld waar je ’s avonds graag nog wilt kunnen zitten. Zijn er nog (vaste) obstakels in de tuin, zoals een verhoogde border? Ook dit zijn geschikte plekken voor verlichting.

Zichtlijnen gebruiken en benadrukken

Bekijk je tuinplattegrond en teken hierin de voornaamste zichtlijnen. Hoe kijk je vanuit de eettafel of bank in huis naar de tuin? Welke zichtlijnen heb je vanaf je terras of zitplek in de tuin? Deze zichtlijnen zijn mooi om in het donker te accentueren. Dit geeft dieptewerking in je tuin en meer sfeer. Zo kan je zelfs ’s avonds vanuit huis nog van je tuin genieten!

Welke verlichting kies je?

Als je eenmaal hebt bepaald wat je wilt verlichten, kan je bedenken wat voor soort buitenverlichting je zou willen. Paden lenen zich bijvoorbeeld erg goed voor zwakke grondspots, maar voor verlichting bij de poort of een deur heb je goede heldere verlichting nodig.

Welk licht effect is gewenst?

Grondspots hebben een opgerichte lichtstraal. Vaak hebben ze een vrij klein bereik. Op die manier kan je ook in een kleine tuin een mooie rij met lichtpunten maken. Ook spots verlichten omhoog, maar het bereik hiervan is vaak veel groter. Wandlampen en hanglampen zijn juist naar beneden gericht. Hoe hoger je deze plaatst, hoe groter het verlichte oppervlak zal zijn. Uiteraard kan je hierin echter ook weer kiezen voor zwakkere lichtbronnen om dit effect wat te beperken.

Denk goed na welke delen van de tuin van bovenaf, of juist van onderaf belicht dienen te worden. Je bepaalt zo per lichtpunt de lichtrichting.

Hoeveel licht is nodig?

Hoewel een goed en helder verlichte tuin praktisch kan zijn, gaat dit ten koste van de sfeer. Je moet natuurlijk niet te weinig verlichting hebben, maar vooral ook niet te veel verlichting! Vaak is het veel mooier als je via een donkere plek naar een lichte plek toeloopt. Je creëert zo veel meer contrast en sfeer.

Afstand tussen lichtpunten

De onderlinge afstand tussen de lichtpunten hangt dan ook erg af van wel type verlichting je kiest, lichtrichting en hoe sterk de lichtbron is. Breng op de plattegrond in kaart hoeveel licht elk lichtpunt ongeveer zal opbrengen. Teken bijvoorbeeld een cirkel om elk lichtpunt, op basis van de technische gegevens (het bereik) van de gewenste buitenlamp. Waar het licht bij paden mag overlappen, is het zinvol om voldoende tussenruimte te houden bij de overige verlichting.

Soorten buitenlampen

Er zijn heel veel verschillende buitenlampen, in allerlei materialen, vormen, maten en merken. Bijvoorbeeld de buitenlampen van Nostalux. Buitenverlichting kan je indelen in een aantal categorieën:

WandverlichtingBuitenlampen om te bevestigen aan een muur of schutting. De zogenaamde up- en downlighters zijn hiervoor populair.
Staande lampenBuitenlampen die op een verhoging staan, zoals een paaltje.
TuinlantaarnsEen buitenlamp op een hoge paal, vaak met sierlijke lantaarnvorm.
GrondspotsBuitenlampen die gelijk liggen aan het oppervlak. Het is ook mogelijk om deze in de tegels of in een vlonder te verwerken.
Staande spots of TuinspotsEen buitenlamp op een kleine verhoging met een gerichte lichtstraal op een element dat uitgelicht dient te worden. Ideaal als accentverlichting.

Stijl van buitenlampen

Pas als alle voorgaande aspecten van het verlichtingsplan goed zijn doordacht is het tijd om daadwerkelijk voor de gewenste lampen te kiezen. Kies de armaturen en lampen in de stijl die bij jouw tuin past. Gebruik dezelfde, soortgelijke of bijpassende materialen en hou er rekening mee dat de lampen zowel in het donker, maar ook overdag mede de sfeer, stijl en uitstraling van je tuin bepalen.

Welk verlichtingssysteem: 230V, 12V of solar?

Er zijn verschillende manieren om tuinverlichting aan te sluiten in je tuin. Vroeger werd standaard gekozen voor verlichting op netspanning (inmiddels 230V). Tegenwoordig wordt er veel gebruikt gemaakt van 12V buitenverlichting (laagspanning).

Het voordeel van verlichting op laagspanning is dat je zelf makkelijk aanpassingen kan maken, zonder daarvoor afhankelijk te zijn van een elektricien. Met de huidige lichtsystemen prik je vaak makkelijk een lampje bij. De grondkabel hoef je ook niet op minimaal 60cm in te graven. Het voordeel van verlichting op netspanning is dat je ook meteen een buitenstopcontact kunt aanleggen, of dezelfde stroomkabel kan gebruiken richting de schuur.

Je kunt natuurlijk ook gebruik maken van tuinverlichting op zonne-energie. Zo heb je helemaal geen elektra nodig. Waar verlichting op zonne-energie vroeger nog erg zwak en onbetrouwbaar was, worden deze buitenlampen al steeds beter.

Plan voor de toekomst

Hou er voldoende rekening mee dat je tuinwensen en tuinontwerp met de jaren nog wel eens kunnen wijzigen. Het is daarom handig om de grondkabel de vorm van vaste elementen in je tuin te laten volgen en dat je over voldoende mogelijkheden beschikt om op elke gewenste plek verlichting aan te sluiten. Ook als je die mogelijkheid of wens nu nog niet hebt. Hier is een kleine tuin natuurlijk een groot voordeel, want een grondkabel die langs alle plekken voert is zo gelegd!

Niet alleen het gebruik van je tuin en je tuinwensen kunnen (of zullen) met de tijd wijzigen, maar hou ook rekening met de groei van je planten. De boom die je nu prima kan uitlichten met een zwakke spot, heeft over enkele jaren wellicht een grotere spot nodig. Paaltjes die nu ver boven je planten uit komen, zijn over twee jaar mogelijk niet meer zichtbaar…

Welke verlichting komt er in jouw tuin?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.